Nederlandse Geloofsbelijdenis

Artikel 1128

DAT EEN IEGELIJK SCHULDIG IS ZICH BIJ DE KERK TE VOEGEN
Wij geloven, aangezien deze heilige vergadering is een verzameling dergenen die zalig worden, en dat buiten haar geen zaligheid is, dat niemand, van wat staat of kwaliteit hij zij, zich behoort op zichzelven te houden, om op zijn eigen persoon te staan; maar dat zij allen schuldig zijn zichzelven daarbij te voegen en daarmede te verenigen; onderhoudende de enigheid der Kerk, zich onderwerpende aan haar onderwijzing en tucht, den hals buigende onder het juk van Jezus Christus, en dienende de opbouwing der broederen, naar de gaven die hun God verleend heeft, als onderlinge lidmaten van één zelfde lichaam.

En opdat dit te beter zou kunnen onderhouden worden, zo is het ambt aller gelovigen, volgens het Woord Gods, zich af te scheiden van degenen die niet van de Kerk zijn, en zich te voegen tot deze vergadering, het zij op wat plaats dat God ze gesteld heeft; ook al ware het zo, dat de magistraten en plakkaten der prinsen daartegen waren, en dat de dood of enige lichamelijke straf daaraan hing.

Daarom, al degenen die zich van haar afscheiden of niet daarbij voegen, die doen tegen de ordinantie Gods.

Gekoppelde kernwoorden:

• Gemeenschap (der heiligen)
• Zaligheid

Suggestie doorgeven >

Op naar vast en zeker

Uw dienaar luistert

Bij God leeft ons goed

101 bemoedigingen voor moeders

Mensenzoon tussen de kandelaren

Over psalmboek.nl

Contact

Copyright 2021


Sponsor: Erdee Media Groep