Psalm 123

Vers 1
Ik hef tot U, die in den hemel zit,
Mijn ogen op, en bid;
Gelijk een knecht ziet op de hand zijns heren,
Om nooddruft te begeren,
En 't oog der maagd is op haar vrouw geslagen,
Om hulp of gunst te vragen;
Zo slaan wij 't oog op onzen HEER, tot Hij
Ook ons genadig zij. 

Vers 2
Geef ons genâ, geef ons genâ, o HEER,
En red ons tot Uw eer;
Wij zijn reeds moe van al de schamp're woorden,
Die wij van smaders hoorden;
Ons treurig hart is moe van al het spotten,
En 't honend samenrotten
Der hovaardij, die need'rigen veracht,
En weelderig belacht. 

Desiderius Erasmus

Jeruzalem is wel gebouwd

Verbonden

De orde des heils

De stem van mijn Liefste

Vierde Boek Der Psalmen Davids

Prijst de Naam van uwen God

8e Rijssense mannanzang vanuit de Schildkerk

Psalmen gezongen cd

Als een hert gejaagd, o Heere

SV | HSV | KJV | FR | DU | AFR | ESP

Psalm 123

1 Een lied op Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op tot U, Die in de hemelen zit.

2 Zie, gelijk de ogen der knechten zijn op de hand hunner heren; gelijk de ogen der dienstmaagd zijn op de hand harer vrouw; alzo zijn onze ogen op den HEERE, onze God, totdat Hij ons genadig zij.

3 Zijt ons genadig, o HEERE! zijt ons genadig, want wij zijn der verachting veel te zat.

4 Onze ziel is veel te zat des spots der weelderigen, der verachting der hovaardigen.

Over psalmboek.nl

Contact

Copyright 2019


Sponsor: Erdee Media Groep