Luther, aangenaam; ontmoet de reformator

Auteur: dr. Gert van den Brink

  1. Luthers leven

Martin Brecht schreef drie dikke delen over Luthers leven. Zoveel is er dus over Luther bekend (deze biografie is ook in het Engels vertaald, dus als je die wilt lezen kun je kiezen uit Engels of Duits). Ik geef geen biografie, maar vertel wel over enkele belangrijke aspecten van Luthers leven. Aspecten die ook belangrijk waren voor Luther zelf. Als hijzelf vijf onderwerpen had moeten kiezen, had hij misschien wel precies de vijf onderwerpen gekozen die je in dit boek aantreft. 

  1. Luther is monnik

Stel, je bent in de boekwinkel om een cadeautje te kopen. Voor je neefje, je zusje, je broertje of een ander kind. Er liggen twee kinderboeken: een gaat over Calvijn, een over Luther. Welke kies je? Waarschijnlijk die over Luther, want die zal vast boeiender zijn: een jochie dat opgroeit in de duistere middeleeuwen en dat als kind van alles beleeft, spannend! Maar om eerlijk te zijn is er minder over Luthers jeugd bekend dan de kinderboekenschrijvers doen geloven. Veel van wat je in kinderboeken over Maarten Luther leest, is verzonnen. In de Tafelgesprekken staan hooguit een paar anekdotes over zijn belevenissen als kind. We weten dat hij op 10 november in Eisenach is geboren, waarschijnlijk in 1483 – maar het zou ook 1484 kunnen zijn geweest. 

Gelukkig is er wel veel meer bekend over Luthers tijd als monnik en priester in het klooster. Er zijn brieven, collegeaantekeningen en boeken uit die kloostertijd. Bovendien heeft hij later ook vaak en uitvoerig over zijn tijd in het klooster verteld. Dit eerste gedeelte, met als titel ‘Luthers leven’, begint daarom niet met zijn jonge jaren, maar met Luther als monnik. Dat is de periode vanaf 1505, want toen deed hij intrede in het Augustijnenklooster van Erfurt.

Als je niet beter wist, zou je denken dat Luther een onbekende monnik was die de hele dag stilletjes in zijn cel zat te mediteren, in de kapel lag te bidden of in gedachten verzonken door de kloostertuin schuifelde. Zonder verplichtingen, zonder agenda, zonder drukte. Niets is echter minder waar. Hij viel al vroeg op door zijn scherpzinnigheid, kwaliteiten en ijver. De overste van het klooster, Johann von Staupitz, wilde hem als zijn opvolger, en Luther werd verplicht om professor te worden. Luthers dagen waren daarom overvol. Hij was priester, prediker en hoogleraar, had opzicht over meerdere kloosters, moest colleges voorbereiden en geven, en klaagde over de vele brieven die hij dagelijks had te schrijven. Kortom, Luther stond midden in het leven van zijn tijd.

Vijftien jaren lang (van 1505 tot 1520) heeft hij zijn eenzame geestelijke strijd gevoerd, op zoek naar een genadig God. Langzaam, o zo langzaam leerde hij het Evangelie van Gods vergeving kennen. Stap voor stap kwam hij tot meer helderheid. Wat is er indrukwekkender dan zo’n intense en oprechte zoektocht naar genade en zekerheid, zou je denken.

Er is heel veel onderzoek gedaan naar de opvattingen van Luther in de tijd dat hij monnik was. Dat is begrijpelijk omdat zijn geschriften van vóór de geestelijke doorbraak veel inzicht geven in zijn ontwikkeling en in de groei van zijn overtuigingen. Toch heeft Luther zich in later jaren opvallend kritisch over die vijftien jaren uitgesproken. Verrassend genoeg heeft hij die periode niet benoemd als een oprechte zoektocht van een bekommerde gelovige. Ook niet als een ontwikkeling van een zwakgelovige naar een sterkgelovige. En ook niet als een heilsweg die in stadia doorlopen wordt, en die aangeeft hoe God Zijn volk bekeert. Integendeel, Luther beschouwde de jaren dat hij monnik was als een tijd van hoogmoed, blindheid en verzet tegen God. Een tijd van opstand tegen Christus. Hij heeft zijn eigen geestelijke weg dan ook nooit aan anderen voorgeschreven, en die ook niet aan anderen voorgehouden als een voorbeeld van hoe het kon of moest. 

Luther heeft nooit zijn eigen leven aan anderen opgelegd, voorgehouden of aangeprezen. Wel zijn leer, het Evangelie van vergeving en redding door de dood van Christus. Als je dit boekje over Luther leest, moet je het dus niet lezen als een bekeringsgeschiedenis waar je je eigen schamele leven naast moet leggen. Tegen Luthers diepe en krachtige emoties leg je het waarschijnlijk af. Je kunt het beter lezen als een boek over een man die een bedelaar was, en aan een andere bedelaar (aan jou dus) vertelt waar er brood te krijgen is.

‘Ik probeerde vroom te zijn’

In 1529 vertelde Luther het volgende in een preek: 

Als ik mij ergens op wil beroemen, dan neem ik een zak vol zonden mee. Het zijn geen grove zonden, maar geestelijke zonden, net zoals bij Paulus. Hij lasterde Christus, minachtte het Evangelie en doodde de vrome apostelen die het Evangelie brachten. Er is geen grotere moordenaar in het hele Nieuwe Testament te vinden dan Paulus, ook al was hij geen losbandig, lichtvaardig mens. 

Zo zijn wij ook geweest. Hoe groter heilige in het klooster iemand is geweest, des te meer is hij een windbuil. […] Je ziet dus wat voor een geduld Christus met ons heeft gehad. Het ging niet om onbeduidende dingen, maar om de meest erge dingen. Paulus was een lasteraar van Christus, door middel van Gods Woord verachtte hij het bloed van Christus. En ook wij hebben op een goddeloze manier ons onderwijs gegeven. […] 

Des te groter een zondaar Paulus was, des te meer barmhartigheid heeft hij gekregen, zodat niemand trots zou zijn op zijn eigen verdienste. Ikzelf was een monnik die in alle ernst probeerde vroom te zijn. Maar hoe dieper ik daarin zat, des te grotere schurk en doodslager was ik. Wij kunnen wel met Paulus zeggen: ‘God zij dank dat Hij ons, onbeduidende mensen, uit zulke grote gruwelijke zonden heeft gehaald, heeft verlicht en de zonden heeft vergeven.’

Het is waar, ik ben een vrome monnik geweest en ik heb de regels van mijn orde zo streng gehouden, dat ik wel kan zeggen: als er ooit een monnik in de hemel is gekomen door zijn monnikendom, dan zou ik er ook binnen zijn gekomen. Al mijn kloosterbroeders die mij hebben gekend, zullen dat kunnen bevestigen. Want als het nog langer had geduurd, zou ik mijzelf doodgemarteld hebben met waken, bidden, lezen en andere inspanningen.

Ik heb als monnik Christus dagelijks gekruisigd en Hem gelasterd, want mijn vertrouwen was verkeerd en dat vergezelde mij toen onophoudelijk. Aan de buitenkant was ik niet zoals de andere mensen – rovers, onrechtvaardigen, overspelers. Ik hield mij immers aan de bepalingen van kuisheid, gehoorzaamheid en armoede. Ik was vrij van de zorgen van het tegenwoordige leven, en helemaal toegewijd aan vasten, waken, gebeden, het lezen van de mis enzovoorts. Maar toch voelde ik onder deze heiligheid en onder dit vertrouwen op mijzelf voortdurend wantrouwen, twijfel, angst, haat en lastering tegen God. Mijn gerechtigheid was niets anders dan het riool en het allerzoetste machtsgebied van de duivel. Want de duivel houdt wel van dergelijke heiligen en hij beschouwt ze als heerlijke lekkernijen, als ze hun eigen lichamen en zielen te gronde richten. Zij beroven zichzelf immers van alle zegeningen van Gods weldaden. Sterker nog, in hen regeert de grootst mogelijke goddeloosheid, blindheid, twijfel, verachting van God, onkunde als het over het Evangelie gaat, ontwijding van de sacramenten. Christus wordt gelasterd en vertrapt, en alle goede gaven van God worden misbruikt. Kortom, zulke heiligen zijn de gevangen slaven van satan.

Bestellen

Het boek is te bestellen via de volgende link: Luther, aangenaam.

Sponsor:

Royal Jongbloed

Bijbels Statenvertaling

Bijbels Herziene Statenvertaling

Psalmboekjes

Kinderbijbels

Uitgeverij Groen