Algemeen
Uitleg psalmen Digitaal schoolbord Over de berijmingen De Franse berijming De Nieuwe Psalmber... > Meer Over de Psalmen
Psalmen in de Bijbel Hebreeuwse Poë... Hebreeuwse Poë... Hebreeuwse Poë... Geweldsteksten > Meer Opinie
Onbekende psalmen Aangeboren muzikal... Psalmkeuze Populaire psalmen Aanpassen melodie > Meer Ingezonden
Rubriek ingezonden Zingen van psalmen Geschiedenis Psalmen Meditatie over psa... Verantwoording Mee... > Meer Studie berijmingen
Over Psalmen gespr... Over Psalmen gespr... Over Psalmen gespr... Over Psalmen gespr... Catechisatieles
Catechismus vr. 1 Catechismus vr. 2 Catechismus vr. 3 ... Catechismus vr. 6 Catechismus vr. 10 > Meer Dordtse Leerregels
H 1 artikel 1 H 1 artikel 2 H 1 artikel 3 en 4 H 1 artikel 5 H 1 artikel 6 > Meer Hoe moet ik omgaan met
Aalmoezen Aanvechtingen Achterklap Afgoderij Alcohol > Meer Des HEEREN Lof
Johannes à Lasco ... Johannes à Lasco ... Johannes à Lasco ... Johannes à Lasco ... Johannes à Lasco ... > Meer wat de bijbel zegt over
Abraham Benauwdheid De drie-eenheid (1) De drie-eenheid (4) De drie-eenheid (2) > Meer De Catechismus van Genève
Vraag 1 t/m 5 Vraag 6 t/m 14 Vraag 15 t/m 20 Vraag 21 t/m 29 Vraag 30 t/m 45 > Meer Waar jij mee zit
Gospelmuziek Onbekeerd na een k... Gods berouw De speelfilm Gods eer boven eig... > Meer

Het gaat over de verbondstekenen die God aan Zijn kerk heeft gegeven in de Nieuwtestamentische tijd. De Heidelbergse Catechismus wil graag dat wij goed begrijpen hoe deze tekenen moeten worden opgevat en hoe niet. Vraag 67 luidt:

Zijn dan zowel het Woord als de sacramenten daarheen gericht of daartoe verordend, dat zij ons geloof op de offerande van Jezus Christus aan het kruis, als op de enige grond van onze zaligheid wijzen?

Het woordje ‘dan’ (= dus) wijst er ons op dat vraagt 67 iets oppikt uit antwoord 66, en wel wat tot de kern van het antwoord behoort. In antwoord 66 is ons gezegd dat doop en avondmaal de belofte van het Evangelie voor onze ogen uittekenen en aan onze gewetens bevestigen. De inhoud van die belofte is: vergeving van zonden en het eeuwige leven. Het belangrijkste volgt dan: …vanwege het enige slachtoffer van Chris­tus aan het kruis volbracht. Vergeving van zonden en het eeuwige leven worden ook volgens de roomsen in het Evangelie aan de orde gesteld. Maar de vraag is nu hoe krijgen wij deze? Is dat om onze verdiensten, of om het enige slachtoffer van Christus aan het kruis volbracht?

In vraag 67 zien we dat, volgens de Heidelbergse Catechismus, Gods Woord hetzelfde doel heeft als de sacramenten. Het is dan ook goed om steeds te beseffen dat doop en avondmaal niet één graadje heiliger of belangrijker zijn dan de Bijbel en de prediking van het Woord. In de praktijk van het kerkelijke leven zien wij nogal eens dat mensen, misschien ook jij, het avondmaal hoger hebben dan de doop, en dan de prediking van het Woord van God. Het is goed om het avondmaal hoog te hebben. Het is goed om de doop op hetzelfde niveau te zien staan, en niet lager dan het avondmaal. Het is goed om de wekelijkse prediking van het Woord van God op hetzelfde niveau te zien staan, en niet lager dan het avondmaal! Hiermee is niet gezegd dat er geen verschil is tussen het Woord en de sacramenten. Maar het verschil is niet in maat van heiligheid of belangrijkheid. Het verschil is dat het Woord nummer één is, en dat de sacramenten bij dit Woord gevoegd zijn. Verder is er dit verschil dat wel iedereen onder de prediking van het Woord mag komen, maar niet iedereen gedoopt mag worden en ook niet iedereen aan het avondmaal mag deelnemen. Omdat doop en avondmaal versterking van het geloof bedoelen, is er eerst geloof nodig om deze sacramenten te mogen gebruiken. Gaat het echter om de bedoeling van de sacramenten én van het Woord, dan moeten we zeggen dat ze beide hetzelfde doel hebben: ze richtten ons geloof op het offer van Jezus Christus aan het kruis. Of om het nog iets nauwkeuriger te zeggen: zowel het Woord van God als doop en avondmaal richten ons geloof niet zomaar op het offer van Jezus Christus aan het kruis, maar zij zeggen ons dat dit offer de enige grond van onze zaligheid is.

Wat betekent de uitdrukking ‘grond van onze zaligheid’? Onze zaligheid moet ergens op gegrond zijn. We kunnen niet zomaar zalig worden. God is heilig, en wij zijn zondaren. Zalig worden is dan ook niet een vanzelfsprekendheid. Dit houdt onder andere in dat God een goede reden moet hebben om zulke mensen zalig te kunnen maken. De reden zou kunnen liggen in ons: wij zijn zo ernstig, zo goedwillend, zo ijverig... Maar als het daaraan ligt kunnen wij het wel vergeten. Wie meent dat hij toch wel ernstig enzovoort is, en dat God hem misschien wel om die reden zalig kan maken, onderschat zijn eigen verdorvenheid en verdoemeniswaardigheid en hij onderschat ook Gods heiligheid en rechtvaardigheid. We hebben het vanuit onszelf heel niet door, maar als we met de ogen van God zouden kunnen zien naar onze ernst, ijver, en goedwilligheid, dan zouden we zien dat ze alle zonde zijn, niets anders dan zonde zijn! Als God dus aan onze ernst enzovoort iets wil ontlenen, als Hij Zijn handelwijze met ons wil laten bepalen door onze ernst, dan kan Hij ons voor onze ‘ernst’ alleen maar veroordelen en vanwege onze ‘ernst’ voor eeuwig straffen. Daarom moet er voor God een andere grond zijn, of een andere reden, om ons zalig te maken. En die is er ook. De Catechismus wijst ons in vraag & antwoord 67 er op dat het offer van Jezus Christus, Zijn verdienste, Zijn schuldbetaling, genoeg is om ons volkomen zalig te maken. Dit reformatorische inzicht is troostvol wanneer jij door alle gronden bent heen gezakt. Ik bedoel met deze opmerking: wanneer jij niet meer weet hoe je zalig moet worden. Kenmerkend voor een Bijbelse bekering is dat God er alle eer van ontvangt. Deze eer ontvangt Hij voor alle facetten van het zalig maken. Niet alleen omdat Hij ons geloof geeft, en ons als grote vijanden van Hem toch opzoekt en verlost. Maar de eer komt Hem ook toe als het gaat om het aandragen van de reden of grondslag van onze zaligheid. We omschrijven dit wel eens als: God neemt redenen uit Zichzelf… Hij vindt in jou en mij immers geen reden om ons te begenadigen! Welnu, daar wijst heel de Bijbel steeds weer op: geen reden in jou, maar alleen in God Drie-enig! Daar wijst jouw gedoopte voorhoofd je op: geen reden in jou dat je zalig wordt, alleen reden in Hem om je zonden te vergeven. En het avondmaal doet al niet anders dan keer op keer hetzelfde te zeggen: jij bent het niet waard, om jouw goede werken en bedoelingen kan het niet. Het moet alleen uit genade zijn. Toch spreekt de Catechismus nu niet over genade maar over het offer van Christus. We zouden het zo kunnen omschrijven: al wil God nog zo graag zondaren zalig laten worden, Hij kan dat niet zondermeer, want dan gooit Hij Zijn eer en Naam te grabbel. Eerst moet Hij met het onrecht, de verdraaiing van Zijn rechtsorde, afhandelen. En dat heeft Hij gedaan door de schuldbetaling van Zijn Zoon Jezus Christus.

Elke keer dat jij in de spiegel je (gedoopte) gezicht ziet, wordt jouw geloof (of heb je dat niet?) gewezen op het offer van Christus als de enige mogelijkheid om zalig te worden. Maar niet alleen als de enige mogelijkheid, ook als volkomen genoegzaam. Meer heb jij niet nodig om de Heere vrijmoedig te smeken om vergeving van je zonden, dan alleen Christus en Zijn offer. Denk je dat je ook ernst, tranen, of wat ook maar van je zelf nodig hebt om vrijmoedig tot de Heere te durven naderen, dan vergis jij helemaal. Jouw doop wijst jou er elke dag op – want je kijkt toch wel elke dag een keer in de spiegel niet waar – dat het offer van Christus voor jouw zaligheid volkomen genoeg is.

De oudste jongen in een Israëlitisch gezin in Egypte, mocht genoeg hebben aan het bloed van het paaslam dat aan de posten van de deur en aan de bovendorpel van hun huis gestreken was. Een andere reden om te mogen overleven had hij niet, een andere reden had hij ook niet nodig! Zo is het volgens Paulus ook met ons: hij noemt in I Korinthiërs 5 vers 7 Christus het eigenlijke Pascha / Paaslam Dat nu (op Golgotha) geslacht is…

In vraag en antwoord 67 komen we bij een kernpunt van verschil tussen de roomse leer en de leer van mensen als Luther en Calvijn. Het gaat niet over een kleinigheid, maar over het hart van het Evangelie; over de vraag: ‘hoe moeten we het offer van Christus zien?’ Vraag 67 luidt:

Vraag: Zijn dan zowel het Woord als de sacramenten daarheen gericht of daartoe verordend, dat zij ons geloof op de offerande van Jezus Christus aan het kruis, als op de enige grond van onze zaligheid wijzen? 

Antwoord: Ja, want de Heilige Geest leert ons in het Evange­lie en verzekert ons door de Sacramenten, dat onze volkomen zalig­heid staat in de enige offerande van Christus, die voor ons aan het kruis geschied is.

In vraag en antwoord 67 gaat het over het doel van Woord en sacramenten: “Waar zijn Woord en sacramenten voor ingesteld?” Volgens Olevianus en Ursinus, om ons geloof te wijzen op de offerande van Jezus Christus aan het kruis, als op de enige grond van onze zaligheid. Hoe komen ze hierbij? Omdat de Heilige Geest ons in het Evange­lie onderwijst en door de Sacramenten ons verzekert dat onze volkomen zalig­heid is gefundeerd in de enige offerande van Christus, die voor ons aan het kruis heeft plaatsgevonden. De twee woorden die met nadruk in dit antwoord staan, zijn enige en volkomen. Het gaat niet over de helft van onze zaligheid, of over 99%, maar over onze volkómen zaligheid. En daarvan wordt niet beweerd dat deze is gegrond in het offer van Christus + …; maar alléén in het offer van Christus. Het Evangelie is niet een menselijke weerslag op de openbaring van God, ze lezen we in antwoord 67, maar het Evangelie is het lesboek van de Heilige Geest. Híj onderwijst ons daardoor. Alles wat het Evangelie ons vertelt, is afkomstig van de Heilige geest. Waar kun je nu in de Bijbel dit Evangelie vinden? Niet alleen in de vier Evangeliën (zoals Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes deze hebben mogen beschrijven), maar ook in al de andere boeken van het Nieuwe Testament. Niet alleen in de boeken van het Nieuwe Testament, maar ook al in de boeken van het Oude Testament. Zes voorbeelden, drie uit het Nieuwe en drie uit het Oude Testament:

Mattheüs 20 vers 28: De Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot rantsoen [= losprijs] voor velen.

Handelingen 10 vers 43: Aan deze [Jezus van Nazareth] geven al de profeten getuigenis dat een ieder die in Hem gelooft, vergeving der zonden zal ontvangen door Zijn Naam.

Efeziërs 1 vers 7: In Wie [Jezus Christus] wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar de rijkdom van Zijn genade.

Leviticus 1 vers 4: Hij zal zijn hand op het hoofd van het brandoffer [type of afbeelding van het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt] leggen, opdat het voor hem aangenaam is, om hem te verzoenen.

Jesaja 53 vers 5: Hij [de Knecht des HEEREN, Jezus Christus] is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.

Zacharia 13 vers 7: Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen de Man, Die Mijn Metgezel is [Gods Zoon, Die mens werd], spreekt de HEERE der heerscharen; sla die Herder, en de schapen zullen verstrooid worden; maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden.

De Bijbel is er vol van, de belijdenisgeschriften zijn er vol van, Gods knechten zijn er in hun preken vol van én Gods kinderen zijn er vol van; want… Gods hart is er vol van. Ben ook jij er vol van?Voor wie is nu dat offer van Christus? Wanneer jij je volle vertrouwen op dit offer stelt, mag je zeggen: die voor ons aan het kruis geschied is. Vertrouw jij Jezus Christus niet? Denk je dat aan Zijn offer iets mankeert? Meen je dat Gods heilige wet méér eist dan Gods heilige Zoon heeft voldaan? Ben je niet zeker dat deze ‘Vriend van tollenaren’ (Mattheüs 11 vers 19) gewillig is om jóu te ontvangen en te redden? Ik kan het heel goed begrijpen. We zitten zo vol twijfel. Zeker, als we iets van onze doemwaardigheid en vloekwaardigheid en helwaardigheid hebben leren kennen, en als dat niet meer aan de buitenkant van ons bestaan is gebleven, maar als dat tot diep in ons hart en geweten is doorgedrongen, en als we dus niet meer weten waarheen we ons moeten wenden… Dan kan het haast niet anders of alles zegt:

Voor jou is dat offer niet!

Voor jou kwam deze Zaligmaker niet!

Voor jou vloeide dat dierbaar bloed van God niet!
In 1519 hield Luther een preek over het sacrament van de doop, waarin het natuurlijk ook gaat over de vergeving der zonden. Daarin zegt hij: “Glaubst du, so hast du; zweifelst du, so bist du verloren… Darum soll man nicht an dieser Vergebung zweifeln.” Nu is iets niet waar omdat Luther of omdat Calvijn het heeft gezegd.  Maar het is waar, omdat de Heilige Schrift het zegt (Handelingen 16 vers 31):

Geloof in de Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden.

Het offer van Christus is voor een ieder die in Hem gelooft; die vertrouwensvol (al wordt het nóg zo bestreden en aangevochten!) tot Hem vlucht. De kern van het conflict in de dagen van de kerkhervorming – dat nog steeds bestaat – heeft alles te maken met de glorie van Christus én met de troost van de christen. Als mijn zaligheid niet VOLKOMEN rust op het offer van Christus ALLEEN, wordt Hem oneer aangedaan, en word ik continu heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees: tussen het offer van Christus én mijn ernst / ijver. De leer die ontkent wat vraag en antwoord 67 van blijde verwondering wel twee keer belijden, is een troosteloze en Christus beledigende leer. Niet alleen officieel in de roomse kerk…, maar ook onofficieel in ons God verdenkende hart. O, geliefde catechisant, geef je toch onvoorwaardelijk over aan Hem Die zegt: kom maar naar Mij toe, als je zo moe en zwaarbeladen bent, Ik zal je rust geven!

Over psalmboek.nl

Contact

Copyright 2019


Sponsor: Erdee Media Groep