Algemeen
Uitleg psalmen Digitaal schoolbord Over de berijmingen De Franse berijming De Nieuwe Psalmber... > Meer Over de Psalmen
Psalmen in de Bijbel Hebreeuwse Poë... Hebreeuwse Poë... Hebreeuwse Poë... Geweldsteksten > Meer Opinie
Onbekende psalmen Aangeboren muzikal... Psalmkeuze Populaire psalmen Aanpassen melodie > Meer Ingezonden
Rubriek ingezonden Zingen van psalmen Geschiedenis Psalmen Meditatie over psa... Verantwoording Mee... > Meer Studie berijmingen
Over Psalmen gespr... Over Psalmen gespr... Over Psalmen gespr... Over Psalmen gespr... Catechisatieles
Catechismus vr. 1 Catechismus vr. 2 Catechismus vr. 3 ... Catechismus vr. 6 Catechismus vr. 10 > Meer Dordtse Leerregels
H 1 artikel 1 H 1 artikel 2 H 1 artikel 3 en 4 H 1 artikel 5 H 1 artikel 6 > Meer Hoe moet ik omgaan met
Aalmoezen Aanvechtingen Achterklap Afgoderij Alcohol > Meer Des HEEREN Lof
Johannes à Lasco ... Johannes à Lasco ... Johannes à Lasco ... Johannes à Lasco ... Johannes à Lasco ... > Meer wat de bijbel zegt over
Abraham Benauwdheid De drie-eenheid (1) De drie-eenheid (4) De drie-eenheid (2) > Meer De Catechismus van Genève
Vraag 1 t/m 5 Vraag 6 t/m 14 Vraag 15 t/m 20 Vraag 21 t/m 29 Vraag 30 t/m 45 > Meer Waar jij mee zit
Gospelmuziek Onbekeerd na een k... Gods berouw De speelfilm Gods eer boven eig... > Meer

Omdat Emden een veilige haven is voor veel geloofsvluchtelingen, komen er ook heel wat wederdopers. Deze mensen maken het jaren lang de trouwe dienaren van Christus erg lastig. Luther had er veel mee te stellen. Ook Zwingli en Calvijn. Ook Guido de Brès schreef er een dik boek tegen (dat momenteel opnieuw wordt uitgegeven) en nu komen ze ook in Emden, zodat Johannes à Lasco er de nodige problemen mee krijgt. Wat doet À Lasco? Hij maakt onderscheid tussen wederdopers die staatsgevaarlijk zijn (en dat zijn er heel wat) én die dat niet zijn. De eersten laat hij wegjagen. Maar de vredelievende wederdopers probeert hij te winnen voor de zuivere waarheid. Eén van de meest wonderlijke aanvoerders van de wederdopers is David Joris. Petrus Datheen is als oude man nog in de strikken van deze dwaalleraar terecht gekomen… en 150 jaar later waarschuwt Wilhelmus à Brakel nog tegen de dwalingen van deze man en van zijn volgelingen. À Lasco organiseert een openbaar godsdienstgesprek, en weet vele volgelingen van David Joris te overtuigen van de Bijbelse waarheid. Wie zich niet gewonnen geven, worden op last van de gravin in 1545 het land uitgezet. Een heel andere persoon is Menno Simons, een wederdoper uit Friesland. Hij predikt voor zijn volgelingen een heilig leven van volkomen afzondering van de zondige wereld. Deze mensen mogen wel in Emden blijven wonen. Maar ook met Menno Simons houdt À Lasco een godsdienstgesprek. En in 1545 geeft hij een geschrift uit tegen de dwaalleer van de wederdopers, waar ook antwoord 28 van ons Kort Begrip het over heeft (“Heeft Jezus Christus dan Zijn mensheid uit de hemel meegebracht? Nee, maar Hij heeft die aangenomen uit de maagd Maria, door de werking van de Heilige Geest; en is zo ons, Zijn broeders, in alles gelijk geworden, uitgenomen de zonde”). De wederdopers zeggen namelijk dat Jezus niet vlees en bloed heeft aangenomen uit de maagd Maria, maar dat Hij deze heeft meegenomen uit de hemel. Maar niet alleen naar buiten toe moet Johannes à Lasco optreden en de kerk voor dwaling en zonde bewaren. Ook naar binnen toe is er veel mis.

Door het voorzichtige en standvastige optreden van superintendent À Lasco mag Emden binnen korte tijd terecht worden genoemd Het Genève van het Noorden. Eerst is er in de kerk geen tucht en geen orde. Predikanten doen vaak niets dan schelden. En hun levenswandel is dikwijls heel zondig. Ook scholen en armen worden verwaarloosd. Daarom heeft de prediking van Menno Simons sterke aantrekkingskracht op de ernstige personen in de gemeenten. Eén van de eerste dingen die Johannes à Lasco doet, is de tucht in de kerk, vooral onder de predikantenm herstellen. Het middel daartoe is de kerkenraad. Meestal bestaat de kerkenraad uit vier personen, die toezicht moeten houden op de leer en het leven van de predikant. À Lasco vindt goede tucht in de kerk zo belangrijk, dat hij laat weten niet langer zijn ambt te kunnen uitvoeren, wanneer er op dit punt niet naar hem wordt geluisterd! Van plaats tot plaats trekt À Lasco het land door en doet hij visitatie om overal te informeren hoe het er voor staat in de kerken van gravin Anna. Wanneer hij in alle gemeenten is geweest, maakt hij biddend een plan om de kerk te reformeren. Hij schrijft predikanten voor hoe zij moeten leven; en wie ongehoorzaam zijn, worden uit het ambt ontzet. Ook bevordert hij overal de eendracht en de zuivere leer. Voor de doorwerking van deze voorschriften roept hij een nieuwe organisatie in het leven: de coetus (spreek uit keutus): dat is een broederlijke samenkomst van ambtsdragers. In de maanden van april tot en met september moeten de predikanten uit Oost-Friesland elke maandagmorgen bijeenkomen in Emden. Dan wordt van elke predikant besproken hoe hij leeft. Gemeenteleden mogen bij deze vergadering klachten indienen. Ook wordt in elke vergadering een hoofdpunt van de Bijbelse leer behandeld, opdat de vaak ongeleerde predikanten meer en meer dwalingen zullen herkennen, ertegen worden gewapend, en de waarheid verstaan om die dan ook eenvoudig en krachtig te preken. Na korte tijd is het verschil te zien en mag als heerlijke vrucht uit deze wekelijkse vergaderingen liefde en godzaligheid voortkomen.

Ondanks alle drukte vindt À Lasco nog tijd om twee geschriften te schrijven: over de leer van de kerken in Oost-Friesland; en over het Heilig Avondmaal. Vooral over het avondmaal is in die dagen veel strijd. Luther heeft hierin geen recht zicht en hij schrijft vlak voor zijn dood nog een zeer fel boekje over het avondmaal. À Lasco's boekje is heel anders van toon: hij heeft de vrede lief en probeert de eenheid te bevorderen. Omdat hij niet zeker is of zijn opvatting juist is, stuurt het alleen enkele vrienden toe. Later is hij dankbaar dat het niet in druk is verschenen, want hij mag meer en meer inzien, dat zijn eigen standpunt niet zo Bijbels is als dat van Calvijn.

Johannes à Lasco maakt in deze eerste jaren in Emden heel wat moeite en strijd mee, voordat zijn kerken-orde helemaal ingevoerd is. Maar hij mag een onwankelbare overtuiging bezitten en grote geloofskracht, ook warme toewijding, zachtmoedigheid en geduld. En zo mag hij in Gods kracht volharden, ondanks alle tegenwerking en vijandschap. Hij heeft veel last van allerlei oproerige geesten, die zich verzetten tegen de nieuwe tucht. Over hen schrijft hij op 25 augustus 1545 aan Bullinger:

Ik denk dat deze rustverstoorders met déze bedoeling nog met ons in de kerk vermengd zijn om ons te oefenen en om ons meer bezorgd te maken voor het verdedigen van de waarheid. Wij overwinnen hen, zoveel wij kunnen, door zachtmoedigheid en geduld, en wij smeken voor hen dat zij beter gezind mogen worden.

Wanneer de tegenwerking groter wordt, legt À Lasco zijn ambt als superintendent neer, om gewoon predikant in Emden te worden. Het is dan inmiddels begin 1546. Maar al gauw bemerkt iedereen dat dit tot grote schade van het kerkelijke leven in Oost-Friesland is en daarom verzoekt de gravin hem met klem om zijn werk als opzichter van de hele Oost-Friese kerk weer op zich te nemen, wat hij een klein half jaar later ook doet. En nu mag het werk beter voortgang hebben. Iedere predikant wordt verplicht om de zuivere leer te ondertekenen. Op deze manier mag het werk der Reformatie wortel schieten en vruchten dragen.

Johannes à Lasco lijkt veel op Calvijn in zijn streven om iedereen te winnen voor de Bijbelse waarheid. Ook om de gemeente te bouwen door voortgaande zuiverheid in leer en leven, zowel van predikanten als van gemeenteleden. En omdat zoveel leden van de gemeente van Emden uit Nederland afkomstig zijn en na korte tijd weer naar Nederland terugkeren, is de arbeid van À Lasco van groot belang voor de toekomst van de Nederlandse gemeenten! Maar ook terwijl nog velen Nederland ontvluchten vanwege de vervolgingen, is zijn invloed zó groot op de roomsen in Nederland dat vele priesters in het noorden van ons land overgaan tot de kerk der Hervorming!

In zijn persoonlijk leven mag hij veel steun en vreugde ervaren in zijn gezin, ondanks dat de dood hun niet voorbij gaat. Zijn zoontje Paulus sterft na drie maanden. En ondanks dat zijn lichaam nog steeds zwak is en hij op een zeker moment door een oogziekte zelfs bijna blind wordt. In deze tijd krijgt hij uit Polen het aantrekkelijke aanbod om in de roomse kerk bisschop te worden. Maar À Lasco voelt wel dat hij dan Christus moet verloochenen; en daarom wijst hij het radicaal af. Liever met Christus versmaad, dan... Niet alleen in Emden en Oost-Friesland, maar ook in allerlei andere streken en landen mag À Lasco’s werk gezegend worden. Van alle kanten vraagt men hem advies hoe men de kerk toch van dwalingen kan zuiveren en haar gezond en sterk kan doen zijn. Onder andere in het bisdom Keulen mag hij van dienst zijn. Later trekt hij naar De Paltz, waar vijftien jaar later onze Catechismus geschreven zal worden. Ook is hij op de rijksdag te Worms, waar de protestanten helaas zo weinig gehoor vinden bij de roomse keizer Karel V. De zaak van de Hervorming staat er in deze tijd slecht voor. De keizer brengt de protestantse vorsten een zware nederlaag toe, maar door Gods goedheid (?) krijgen de keizer en de paus ruzie, zodat de keizer de protestanten niet helemaal kan overwinnen. Daarom sluit hij met hen een soort wapenstilstand, waarbij over de leer een compromis wordt gesloten. Met grote tegenzin gaan wel veel protestanten akkoord, maar er zijn er ook die liever in ballingschap gaan dan toegeven aan de roomse dwaalleer. Zo ook À Lasco die het heel niet eens is met deze halfbakken overeenkomst. Toch krijgt hij er mee te maken, want de keizer eist van gravin Anna dat zij zich eraan onderwerpt. À Lasco geeft de raad om er niet naar te luisteren en liever in de vreemde te zwerven. Hij schrijft:

Het is het lot van de vromen om vervolgd te worden. Satan woedt om Christus’ Koninkrijk te verwoesten. De keizer is wel machtig, maar God, Die verbiedt om hier te buigen, is machtiger. Wij moeten God meer gehoorzaam zijn dan de mensen. Geen haar kan van ons hoofd vallen, zonder de wil van onze hemelse Vader. God zal het kwade ons ten beste keren. Wij hebben onze zaak in Emden aan Hem bevolen en nu zullen we geduldig wachten wat Hij zal toelaten.

Hij schrijft een lange brief aan koning Sigismund August van Polen in de hoop dat hij partij zal kiezen voor de reformatie en hem zal roepen om in zijn land terug te keren. Maar dit loopt op teleurstelling uit. De koning van Polen wordt wel genoemd: ‘de koning van morgen’, want steeds stelt hij de beslissing om met de roomse kerk te breken, uit (tot morgen). En zo sterft hij als rooms onderdaan...

Over psalmboek.nl

Contact

Copyright 2019


Sponsor: Erdee Media Groep