wat de bijbel zegt over
De drie-eenheid (2) De drie-eenheid (3) De drie-eenheid (5) De drie-eenheid (6) De drie-eenheid (7) De drie-eenheid (8) Bijbelstudie
Psalmen - inleiding Psalmen 1-41 Calvijn Psalm 1 en 2 Psalm 3 en 4 Psalm 5 en 6 Psalm 7 en 8 Psalm 9 Voorrede Petrus Da... Bijbelteksten evan... Psalm 2 en jij Psalm 3 en jij Psalm 4 en jij Psalm 5 en jij Psalm 6 en jij Psalm 7 en jij Psalm 8 en jij Psalm 9 en jij Psalm 58 en jij Psalm 21 en jij Psalm 10 en jij Psalm 11 en jij Psalm 12 en jij Psalm 13 en jij Psalm 14 en jij Psalm 15 en jij Psalm 16 en jij Psalm 17 en jij Psalm 18 en jij Psalm 20 en jij Psalm 22 en jij Psalm 23 en jij Psalm 24 en jij Psalm 25 en jij Psalm 26 en jij Psalm 27 en jij Psalm 28 en jij Psalm 29 en jij Psalm 30 en jij Psalm 31 en jij Psalm 32 en jij Psalm 33 en jij Psalm 34 en jij Psalm 35 en jij Psalm 36 en jij Psalm 37 en jij Psalm 38 en jij Psalm 39 en jij Psalm 40 en jij Psalm 41 en jij Psalm 42 en jij Psalm 43 en jij Psalm 44 en jij Psalm 45 en jij Psalm 46 en jij Psalm 47 en jij Psalm 48 en jij Psalm 49 en jij Psalm 50 en jij Psalm 51 en jij Psalm 52 en jij Psalm 53 en jij Psalm 54 en jij Psalm 55 en jij Psalm 56 en jij Psalm 57 en jij Psalm 59 en jij Psalm 60 en jij Psalm 61 en jij Psalm 62 en jij Psalm 63 en jij Psalm 64 en jij Psalm 65 en jij Psalm 66 en jij Psalm 67 en jij Psalm 68 en jij Psalm 68 en jij-2 Psalm 69 en jij Psalm 70 en jij Psalm 71 en jij Psalm 72 en jij Psalm 73 en jij Psalm 74 en jij Psalm 75 en jij Psalm 76 en jij Psalm 77 en jij Psalm 78 en jij Psalm 79 en jij Psalm 80 en jij Psalm 81 en jij Psalm 82 en jij Psalm 83 en jij Psalm 84 en jij-2 Psalm 84 en jij Psalm 85 en jij Psalm 86 en jij Psalm 87 en jij Psalm 88 en jij Psalm 89 en jij Psalm 89 en jij-2 Psalm 90 en jij Psalm 91 en jij Psalm 92 en jij Psalm 93 en jij Psalm 94 en jij Psalm 95 en jij Psalm 96 en jij Psalm 97 en jij Psalm 98 en jij Psalm 99 en jij Psalm 19 en jij Psalm 110 en jij Psalm 101 en jij Psalm 102 en jij Psalm 103 en jij Psalm 105 en jij Psalm 106 en jij Psalm 104 en jij Psalm 107 en jij Psalm 108 en jij Psalm 109 en jij Psalm 100 - Matthe... Psalm 100 - Calvijn Psalm 111 en jij Psalm 112 en jij Psalm 113 en jij Psalm 114 en jij Psalm 115 en jij Psalm 116 en jij Psalm 117 en jij Psalm 118 en jij Psalm 119 en jij Psalm 120 en jij Psalm 121 en jij Psalm 122 en jij Psalm 123 en jij Psalm 124 en jij Psalm 125 en jij Psalm 126 en jij Psalm 127 en jij Psalm 128 en jij Psalm 129 en jij Psalm 130 en jij Psalm 131 en jij Psalm 132 en jij Psalm 133 en jij Psalm 134 en jij Psalm 135 en jij Psalm 136 en jij Psalm 137 en jij Psalm 138 en jij Psalm 139 en jij Psalm 140 en jij Psalm 141 en jij Psalm 142 en jij Psalm 143 en jij Psalm 144 en jij Psalm 145 en jij Psalm 146 en jij Psalm 147 en jij Psalm 148 en jij Psalm 149 en jij Psalm 150 en jij De Wet van Mozes en jij
Burgerlijke wetten Eerbied en slaven Praktische wetten Spijswetten en las... Tijdsindeling en S... Feesten en blijdsc... Tabernakel en verz... Voorwerpen in de t... Tabernakel en genade Voorhangsel van de... Altaar en verzoening Tempel en heiligheid Licht, efod en bor... Gouden plaat en ve... Brandoffer en offe... Bloed en vuur Spijsoffer en wier... Dankoffer en zondo... Verzoening en mede... Waarheid en liegen Vuur in de offerdi... Woorden en bevelen van Jezus
Bevelen van Jezus ... Bevelen van Jezus ... Bevelen van Jezus ... Woorden van Jezus ... Woorden van Jezus ... Woorden van Jezus ... Woorden van Jezus ... Woorden van Jezus ... Woorden van Jezus ... Korte series
Openbaring inleiding Openbaring hoofdst... Openbaring hoofdst... Openbaring hoofdst... Openbaring hoofdst... Openbaring hoofdst... Openbaring hoofdst... Openbaring hoofdst... Openbaring hoofdst... Openbaring hoofdst... Lessen uit Jona (1) Lessen uit Jona (2) Lessen uit Jona (3) Lessen uit Jona (4) Lessen uit Jona (5) Bijbelcatechisatie
Genesis Exodus Leviticus Numeri Deuteronomium Jozua Richteren Ruth 1 Samuel 2 Samuel 1 Koningen 2 Koningen Overig
1 Korinthe 6:3 Jeugdbijbel
Spreuken 1:8 Spreuken 1:17 Spreuken 2:4,5 Spreuken 2:7 Spreuken 3:1,2 Spreuken 3:12 Spreuken 3:34 Spreuken 3:34 - de... Spreuken 4:29  Spreuken 5:19 Spreuken 5:19 - de... Spreuken 5:21 Spreuken 6:34-35 Spreuken 8:17 Spreuken 8:18 Spreuken 8:19 Spreuken 8:20 Spreuken 8: 21 Spreuken 8:34 Spreuken 9:5 Spreuken 10:1 Spreuken 10:28 Spreuken 11:25a Spreuken 13:12 Spreuken 13:13 Spreuken 14:1 Spreuken 14:28a Spreuken 14:29 Spreuken 14:30 Spreuken 15:16 Spreuken 15:30 Spreuken 16:3 Spreuken 16:7 Spreuken 16:16 Spreuken 16:17 Spreuken 17:7 Spreuken 17:10 Spreuken 17:17 Spreuken 18:8 Spreuken 18:10 Spreuken 18:22 Spreuken 19:1 Spreuken 19:12 Spreuken 19:14 Spreuken 19:18a Spreuken 20:7 Spreuken 21:18a Spreuken 21:25 Spreuken 22:28 Spreuken 23:4,5 Spreuken 25:21,22 Spreuken 25:25 Spreuken 27:1 Spreuken 28:1 Spreuken 28:13 Spreuken 28:13 - d... Spreuken 28:13 - d... Spreuken 28:17 Spreuken 29:6 Spreuken 30:2 Spreuken 30:33 Van Bishop J.C Ryle
Johannes 3:1-8 Johannes 4:28-29 Johannes 5:29 Johannes 6:47 Johannes 8:56 Johannes 11:1,3 Johannes 13:30 Johannes 20:19 Johannes 21:18-19 Lukas 2:8-9 Lukas 5:18-19,37 Lukas 8:20-21 Lukas 11:5-8 Lukas 12:20-21 Lukas 13:1-3 Lukas 13:15-16 Lukas 15:18-20 Lukas 18:1-8 Lukas 22:39-42 Lukas 8:41-48 Lukas 24:6,8 Marcus 1:1 Marcus 6:30 Marcus 8:32-38 Marcus 10:46-47 Marcus 11:27-28 Marcus 12:28 Marcus 16:19-20 Mattheüs 1:1-... Mattheüs 3:7-8 Mattheüs 6:19... Mattheüs 7:15... Mattheüs 11:2... Mattheüs 12:20a Mattheüs 14:1... Mattheüs 21:2... Mattheüs 22:1-4

Bishop J.C Ryle zegt over Lukas 18:1-8

Auteur: ds. W. Pieters

"En Hij zeide ook een gelijkenis tot hen, daartoe strekkende, dat men altijd bidden moet en niet vertragen, zeggende: `Er was een zeker rechter in een stad, die God niet vreesde en geen mens ontzag. En er was een zekere weduwe in die stad en zij kwam tot hem, zeggende: doe mij recht tegen mijn wederpartij! En hij wilde voor een lange tijd niet; maar daarna zeide hij bij zichzelf: hoewel ik God niet vrees en geen mens ontzie; nochtans, omdat deze weduwe mij moeilijk valt, zo zal ik haar recht doen, opdat zij niet eindelijk komt, en mij het hoofd breekt.' En de Heere zeide: hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt! Zal God dan geen recht doen aan Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, hoewel Hij lankmoedig is over hen? Ik zeg u, dat Hij hun haastig recht doen zal. Doch de Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde?"

De bedoeling van de gelijkenis wordt door Christus Zelf verklaard. Om de woorden van een oudvader te gebruiken: `De sleutel hangt bij de deur': `En Hij zeide ook een gelijkenis tot hen, daartoe strekkende, dat men altijd bidden moet en niet vertragen.' Bedenk, dat deze woorden nauw verbonden zijn aan de plechtige leer van de Wederkomst, waarmee het voorgaande hoofdstuk sluit. Er wordt gebed bedoeld zonder vertragen, gedurende de lange periode tussen Christus' eerste en Zijn tweede komst. Dit scherpt Jezus Zijn discipelen in. In die tijd leven wij zelf ook. Het onderwerp is er dus één, wat onze bijzondere interesse moet hebben.

     Deze verzen leren ons in de eerste plaats het grote belang van volharding in het gebed. Onze Heere deelt deze les mee door het verhaal te vertellen van een weduwe, die niemand had om voor haar te zorgen, die echter toch recht ontvangt van een goddeloze overheidspersoon, doordat ze star en stijf volhoudt. `Hoewel ik God niet vrees en geen mens ontzie', zegt de onrechtvaardige rechter, `nochtans, omdat deze weduwe mij moeilijk valt, zo zal ik haar recht doen.' Onze Heere Zelf past de gelijkenis toe: `Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt! Zal God dan geen recht doen aan Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, hoewel Hij lankmoedig is over hen?'

     Als volharding al zoveel verkrijgt van een goddeloos mens, hoeveel te meer zullen Gods kinderen daardoor verkrijgen van de Rechtvaardige Rechter, hun Vader in de hemelen!

Het onderwerp `gebed' moest bij Christenen altijd belang inboezemen. Gebed is de ademtocht van het ware Christendom. Hier is het, dat de dienst van God begint. Hier bloeit zij. Hier verwelkt zij. Gebed is een van eerste bewijzen van bekering (Handelingen 9 vers 11). Verzuim van gebed is de zekere weg tot een val (Mattheüs 26 vers 40, 41). Wat ook maar licht werpt over het onderwerp `gebed' is tot welzijn van onze ziel.

     Laat het dan diep in ons gemoed gegraveerd zijn, dat het veel gemakkelijker is om een gewoonte van bidden te beginnen, dan om die vol te houden. - De angst voor de dood - enige tijdelijke prikkelingen van het geweten  -enige opgewonden gevoelens kunnen ervoor zorgen, dat iemand de vorm van gebed begint. Maar om met bidden voort te gaan vereist geloof. Wij worden gauw vermoeid en geven toe aan de influistering van satan dat het toch niet helpt. En dan is het tijd, dat de gelijkenis hierboven zorgvuldig moet worden bedacht. We moeten ons te binnen brengen, dat onze Heere ons uitdrukkelijk zei altijd te bidden en niet te vertragen.

     Voelen we ooit een heimelijke neiging om ons te haasten in het bidden of om onze gebeden te bekorten of onzorgvuldig te worden in onze gebeden of om ons gebed geheel en al na te laten? Laat ons er zeker van zijn, dat dit een directe verzoeking van de duivel is. Hij probeert de vesting van onze ziel te ondermijnen en ons in de hel neer te werpen. Laat ons deze verzoeking weerstaan; laat ons besluiten standvastig te bidden, geduldig, volhardend en laat ons er niet aan twijfelen dat het ons goed doet. Hoe lang het antwoord ook wacht, laat ons toch blijven bidden.

Wáár we tijd voor maken, laat ons tijd maken om te bidden!

Deze verzen leren ons in de tweede plaats, dat God een uitver­koren volk op aarde heeft, dat onder Zijn bijzon­dere zorg staat. De Heere Jezus verklaart, dat God Zijn uitverkore­nen, die dag en nacht tot Hem roepen, spoedig recht doet.

     Uitverkiezing is één van de diepste waarheden van de Schrift. Uitverkiezing is een waarheid, die uit alle ware Christenen lofprij­zing en dankzegging tevoorschijn moet roe­pen. Als God hen niet had verkoren en geroepen, zouden zij nooit Hem hebben gekozen en tot Hem hebben geroepen. Als Hij hen niet had uitver­koren vanuit Zijn Eigen welbehagen, zonder te letten op iets goeds in hen, zou er in hen nooit iets waardigs zijn om hen te verkiezen. De wereld en het vleselijk gemoed kan wel schelden op de leer van de uitverkiezing en de vals-godsdienstige kan het wel misbruiken en de genade van God omkeren in losbandigheid. Maar de gelovi­ge, die zijn eigen hart kent, zal altijd God zegenen voor de uitver­kie­zing. Hij zal belijden, dat er zonder uitverkiezing geen zaligheid zou zijn.

     Maar wat zijn de kenmerken van de uitverkiezing? Door welke tekenen zal iemand weten, of hij één is van Gods uitver­kore­nen? Deze kenmerken zijn duidelijk in de Schrift neerge­legd. Uitverkie­zing is onlosmakelijk verbonden met geloof in Christus en met gelijkvor­migheid aan Zijn beeld. In de plaats voor ons hebben we een eenvoudig kenmerk, dat onze Heere heeft beschreven:

Gods uitverkorenen zijn een volk, dat dag en nacht tot Hem roept. Wezenlijk zijn zij een biddend volk. Eén ding is heel duidelijk: een mens, die niet bidt, mag nooit één van Gods uitverkorenen genoemd worden. Laten we dat nooit verge­ten.


Sponsor:

Royal Jongbloed

Bijbels met Psalmen

Bijbels Herziene Statenvertaling

Bijbels voor jongeren

Kinderbijbels

Uitgeverij Groen