Bijbelstudie
Algemene stukken Voorrede Petrus Da... Bijbelteksten evan... Psalmen 1-40 Calvijn Psalm 1 en 2 > Meer Jeugdbijbel
Spreuken 1:8 Spreuken 1:17 Spreuken 2:4,5 Spreuken 2:7 Spreuken 3:1,2 > Meer Van Bishop J.C Ryle
Johannes 3:1-8 Johannes 4:28-29 Johannes 5:29 Johannes 6:47 Johannes 8:56 > Meer

Psalm 50 en jij

Auteur: ds. W. Pieters

Met deze Psalm hebben we een derde deel van het boek der Psalmen behandeld. Om de dag een Psalm lezen én een bladzijde van De Catechisant betekent dat je in een jaar tijd heel het Boek der Psalmen hebt gelezen.

Waar gaat Psalm 50 over? God beoordeelt Zijn volk (vers 4). Dat volk noemt Hij (vers 5) ‘Mijn gunstgenoten’. Het woord ‘gunstgenoot’ betekent: iemand die met God in een verbond staat, en die er al dan niet loyaal aan is.

Er zijn onder het volk Israël twee soorten verbondskinderen, net als nu in de gemeente van Jezus Christus. Er zijn bondgenoten die oprecht hun God liefhebben, en er zijn er die heimelijk zonden aan de hand houden.

Over die laatste gaat het hier blijkbaar. Vers 5 en vers 8 zeggen dat men trouw was in het brengen van de offers. Maar onder die offeraars zijn er die in vers 16 goddelozen worden genoemd. Zij nemen Gods verbond in hun mond, maar hun hart houdt zich ver van de HEERE. Dat kun je zien aan de praktijk van hun leven: ze stelen, plegen overspel, lasteren en liegen. En men meent dit ongestraft te kunnen doen (vers 21), omdat de Heere niet meteen op de daad straft: deze dingen doen jullie, en Ik zwijg. Jullie denken (je beeldt je in), dat Ik net zo ben als jullie.

Maar dat is een fatale vergissing: “Ik zal u straffen, en zal het ordelijk voor uw ogen stellen.”

Dat laatste kan de verdoemenis opleveren. Maar het kan ook zijn dat het in je geweten plaats vindt, en dán is het om je tot de verzoening in Christus, tot de vergevende liefde van de hemelse Vader te brengen.

Vraag de Heere dringend, dat Hij tijdens deze dagen van zaligheid jou al je zonden ordelijk voor ogen stelt, zodat je leert hoe ontzettend nodig het is om als een helwaardige zondaar, zondares, tot het Geslachte Lam van God te vluchten – en dat zonder uitstel!

In het Nieuwe Testament – nu Christus als hét Offer is gekomen en alle offers heeft opgeheven – vraagt God van ons nog maar één offer, namelijk waarover we in vers 14 lezen: “Offer aan God dank.”

Met woorden én daden…

 

Roep maar tot Mij, wanneer u bent in nood.

Ik help u uit; en dan maakt u Mij groot.

Maar goddelozen spreekt God anders toe:

“Waarom bent u, dat wat Ik inzet, moe?

Hoe durft u met uw mond ’t verbond te eren,

Terwijl geen woord of tucht u kan bekeren!?”

Een kernvers is:

Roep Mij aan 

in de dag

van benauwdheid.

Ik zal er u uithelpen,

en u zult Mij eren.

 

 

 

 

 

Sponsor:

Royal Jongbloed

Bijbels met Psalmen

Bijbels Herziene Statenvertaling

Bijbels voor jongeren

Kinderbijbels

Uitgeverij Groen