Bijbelstudie
Algemene stukken Voorrede Petrus Da... Bijbelteksten evan... Psalmen 1-40 Calvijn Psalm 1 en 2 > Meer Jeugdbijbel
Spreuken 1:8 Spreuken 1:17 Spreuken 2:4,5 Spreuken 2:7 Spreuken 3:1,2 > Meer Van Bishop J.C Ryle
Johannes 3:1-8 Johannes 4:28-29 Johannes 5:29 Johannes 6:47 Johannes 8:56 > Meer

Psalm 139 en jij

Auteur: ds. W. Pieters

Twee onderwerpen komen in Psalm 139 aan de orde. 

In vers 1 gaat het er meteen over: God kent mij. Hij weet alles van mij, niet alleen mijn daden (die Hij allemaal zag) en niet alleen mijn woorden (die Hij allemaal hoorde), en niet alleen mijn gedachten (die Hij allemaal ‘leest’), maar zelfs mijn toekomst.

De dichter schrijft dit allemaal niet op de toon van schrik en vrees, maar van diep ontzag voor God Die alwetend blijkt te zijn, én van dankbare blijdschap, omdat hij zich nu bij Hem wel heel veilig voelt.

Ze kunnen Gods kind verstoppen in een gevangenis of concentratiekamp, zoals in Noord-Korea, zodat niemand ooit meer iets van hem hoort, maar nooit zó dat God hem uit het oog verliest!

Wát een troost als je Hem volstrekt vertrouwt!

Je kunt zelf wel bedenken dat wij van deze alwetendheid van God kunnen leren: wees er altijd op bedacht dat God je ziet en hoort en kent. Probeer niet stiekem te zondigen, want dat lukt je nooit.

Ook iets anders kun je uit deze waarheid halen: als jij voor jezelf een raadsel bent en niet meer weet wat je over jezelf moet denken, dan mag je met de laatste verzen meebidden: “Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart. Beproef mij, en ken mijn gedachten. En zie, of bij mij een schadelijke weg is, en leid mij op de eeuwige weg.”

Het is heel nuttig om eens naar binnen te kijken en je af te vragen hoe het er op reis naar de grote Godsontmoeting met je voorstaat: wandel ik werkelijk op de smalle weg? Of verbeeld ik me maar wat en ren ik op een gevaarlijk pad, een schadelijke weg?

Maar hoe weet je nu of je het wel goed ziet, of je jezelf wel echt kent, en of je uiteindelijk jezelf toch niet vergist of bedriegt? Die vraag los jij niet op. De dichter ook niet. Daarom bidt hij dat God hem doorlicht, een ‘röntgenfoto’ van zijn ziel neemt. Ook, dat God hem corrigeert, hem bij de hand neemt, om hem te leiden op de weg van het eeuwige leven.

Het tweede waar Psalm 139 om bekend staat, is dat de vromen van de oude tijd – al wisten zij medisch heel weinig over een embryo – op een prachtige manier beschrijven hoe de grote Schepper van alle mensen de ongeboren vrucht vormt, vanaf het begin.

In Israël was het ondenkbaar om het ongeboren leven te aborteren. God alleen is als de Schepper, de Eigenaar.

In vers 14 lees je (en doe maar mee!): “Ik loof U, omdat ik op een heel vreselijke wijze wonderlijk gemaakt ben.”

[Het woord ‘vreselijk’ betekent ‘ontzagwekkend, indrukwekkend’.]

Hoe ons allereerste begin kon ontstaan? De dichter begrijpt er niets van. De moderne mens wéét er wel heel veel van, maar begrijpt er nog steeds even weinig van als David, of zelfs: hij begrijpt er nog veel minder van. Maar dat hindert niet, want dat bevordert juist de lofprijzing, waar dit vers mee inzet. Juist omdat God zo oneindig wijs blijkt te zijn, is Hij alle lof waardig.

Wat kun je met dit ‘pro-life-standpunt’ dat eigenlijk een pro-Schepper standpunt is? Twee dingen:

  1. Ga eerbiedig om met alles wat samenhangt met het (ongeboren) leven en hoe dat ontstaat – het seksuele.
  2. Besef, dat God jou niet toevallig heeft laten ontstaan en geboren heeft laten worden, maar dat Hij er een doel mee had (en heeft) dat jij er bent.

Welk doel heeft God? Laat ik het op deze manier zeggen: dat jij Hem eert door Hem te genieten. Geniet met volle teugen van al het geschapene, van de natuur om je heen, en ook van je eigen lichaam. Maar doe het op de manier van de dichter: terwijl je steeds je Schepper voor ogen hebt en hem looft voor Zijn grote wonderen.

Verder: haat, mét de dichter (in vers 19-22), alles wat met de goede schepping strijdt, alles wat tegen de eer van onze wijze Schepper ingaat. Haat niet je medemens, zelfs niet een moordenaar van ongeboren leven, maar haat, ook in je eigen hart, alles wat je Schepper onteert.

Daartegenover: Denk aan je Schepper in de dagen van je jeugd!

Dit gebed past ons allemaal, levenslang!

U HEERE, hebt mijn hart doorgrond.
Niets was er wat U niet verstond.
U kent mij, waar ik zit of sta,
Ook als ik soms ver van U ga.
Niets kan ik denken of verzinnen,
Of U ziet ook mijn hart van binnen.

Beproef mijn hart en mijn gemoed.
U weet, o God, of kwaad of goed
Mijn oogmerk is, en wat ik denk,
Of ik U liefheb, of U krenk.
Zie, of mijn weg mij schuld zal geven.
Leidt U mij naar het eeuwig leven.

Twee kernverzen zijn:

Als er nog geen woord
op mijn tong is, zie, Heere,
U weet alles. 

Ik loof U, omdat ik op een heel
ontzagwekkende wijze, wonderlijk
gemaakt ben.
Wonderlijk zijn Uw werken.
Ook weet mijn ziel het heel goed.

Sponsor:

Royal Jongbloed

Bijbels met Psalmen

Bijbels Herziene Statenvertaling

Bijbels voor jongeren

Kinderbijbels

Uitgeverij Groen