Bijbelstudie
Algemene stukken Psalmen 1-40 Calvijn Psalm 1 en 2 Psalm 3 en 4 Psalm 5 en 6 > Meer Jeugdbijbel
Spreuken 1:8 Spreuken 1:17 Spreuken 2:4,5 Spreuken 2:7 Spreuken 3:1,2 > Meer Van Bishop J.C Ryle
Johannes 3:1-8 Johannes 4:28-29 Johannes 5:29 Johannes 6:47 Johannes 8:56 > Meer

Psalm 70 en jij

Auteur: ds. W. Pieters

Een korte Psalm, die bijna helemaal in Psalm 40 staat (vanaf vers 14). Opmerkelijk vind ik in deze Psalm dat David – terwijl hij heel erg in nood is – voor anderen bidt (vers 5): “Laten in U vrolijk en verblijd zijn allen die U zoeken. Laten de liefhebbers van Uw heil gedurig zeggen: God zij groot gemaakt!”

Onbegrijpelijk, vind je niet? David heeft zelfs in deze zeer benarde situatie nog tijd en gelegenheid om te bidden voor anderen. Hij denkt niet alleen aan zichzelf, maar hij heeft het welzijn van zijn naaste op het oog. Hij denkt aan het lot van de gemeente van Christus en aan de omstandigheden waarin de kinderen van God verkeren.

Wat een beschamend voorbeeld!

Waar denken wij het meest aan in ons bidden?

Dragen wij de gemeente op ons hart?

En wat bidt David dan? Laten in U vrolijk en verblijd zijn… Hij vraagt dus niet om het nódige, maar om vrólijkheid en blijdschap; dat Gods bedroefde kinderen, die soms zo zwaar geplaagd en neerslachtig over de aarde gaan, vrolijk zullen zijn, juichen en jubelen. Hij gunt het ze zo van harte, dat de Zon doorbreekt door het wolkendek van zondesmart en twijfel. Wat kunnen er veel wonden zijn in het hart en leven van Gods kinderen, en veel benauwdheden! Wat kan er een bestrijding en aanvechting zijn! Wat kan het donker worden ook in jouw ziel… En dan vraagt David om vrolijkheid. Hij bidt niet: “Geeft U ze enige genade”, maar: “Maakt U ze eens echt vrolijk en blij!”

De Catechismus zegt in vraag en antwoord 90:

Wat is de opstanding van de nieuwe mens?

Het is een hartelijke vreugde in God door Christus.

Omdat Jezus in het stof van de hof van Gethsemané wilde buigen, en in de helse God-verlatenheid het vriendelijk licht van de zon wilde missen…, dáárom en dáárom alleen is het mogelijk voor een adamskind, een wegloper, een satansknecht, een zonde-minnaar; voor jou…, om opnieuw vrolijk en blij te zijn. David vraagt echter niet zomaar om blijdschap, hij zegt er nadrukkelijk bij: in U. Het gaat dus over geestelijke en ware blijdschap.

En voor wie bidt David dit? Voor allen die U zoeken.

Ik ben ellendig en in smart.              
Nooddruftig smeek ik om ontfermen.        
Haast U, o wacht niet, hoor mijn kermen!    
Mijn Hulp en Redder, troost mijn hart.  

Een kernvers is:

Ik ben ellendig en nooddruftig.
O God, haast U tot mij.
Gij zijt mijn Hulp en Bevrijder.

Sponsor:

Royal Jongbloed

Bijbels met Psalmen

Bijbels Herziene Statenvertaling

Bijbels voor jongeren

Kinderbijbels

Uitgeverij Groen