Bijbelstudie
Algemene stukken Psalmen 1-40 Calvijn Psalm 1 en 2 Psalm 3 en 4 Psalm 5 en 6 > Meer Jeugdbijbel
Spreuken 1:8 Spreuken 1:17 Spreuken 2:4,5 Spreuken 2:7 Spreuken 3:1,2 > Meer Van Bishop J.C Ryle
Johannes 3:1-8 Johannes 4:28-29 Johannes 5:29 Johannes 6:47 Johannes 8:56 > Meer

Psalm 144 en jij

Auteur: ds. W. Pieters

We komen in deze nieuwe Psalm in een vergelijkbare omstandigheid terecht als in de vorige vier. Vers 1 heeft het meteen over oorlog voeren en vers 2 over volken onderwerpen.

En dan komt vers 3 zomaar ‘uit de lucht vallen’, lijkt het: “O HEERE, wat is de mens, dat U hem kent? Het kind des mensen, dat U het acht?” En de belijdenis in het volgende vers: “De mens is aan de ijdelheid gelijk. Zijn dagen zijn als een voorbijgaande schaduw.”

Het verband tussen deze verzen is niet zo simpel, maar duidelijk is op zijn minst dat de oorlogvoerende dichter niet een macho-figuur is vol zelfvertrouwen. Hij is zich er terdege van bewust hoe afhankelijk hij is van Gods kracht en nabijheid om zijn volk te beschermen, om heidenvolken bij Israël in te lijven en ook om zelf het vege lijf te redden in alle gevaren die hem bedreigen.

In de laatste vier verzen zien we wat het prachtige gevolg is van Gods bescherming van Zijn volk:

  • onze zonen zijn als planten, die groot geworden zijn in hun jeugd
  • onze dochters zijn als hoekstenen, uitgehouwen naar de gelijkenis van een paleis [= knappe meisjes]
  • onze winkels [schuren] zijn vol en geven de ene voorraad na de andere uit
  • onze kudden jongen bij duizenden
  • zij vermenigvuldigen bij tienduizenden op onze hoeven
  • onze ossen zijn goed geladen [dus: zijn sterk]
  • geen inbreuk [geen vijandelijke inval], geen uitval, geen gekrijs is er op onze straten.

Echt oudtestamentisch worden hier allerlei tijdelijke gaven genoemd. Nee, ze zijn in de nieuwtestamentische tijd niet onbelangrijk geworden, maar toch … Het nieuwtestamentische uitzicht op de nieuwe aarde wordt niet omschreven met ‘… waarop overvloed woont’, maar ‘… waarop gerechtigheid woont’!

Ten slotte is het belangrijk om een tijdje te denken en na te denken over het laatste stukje van het laatste vers: “Welgelukzalig is het volk, welks God de HEERE is.” Of niet soms?

Welzalig is het volk dat uit genade
Genieten mag van zegen door Gods daden.
Welzalig is het volk, vast en gewis,
Dat naar God hoort, welks God de HEERE is.

Een kernvers is:

De mens is aan de ijdelheid gelijk.
Zijn dagen zijn
als een voorbijgaande schaduw.

Sponsor:

Royal Jongbloed

Bijbels met Psalmen

Bijbels Herziene Statenvertaling

Bijbels voor jongeren

Kinderbijbels

Uitgeverij Groen